ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7359
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. Lely-Van Goch
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over weigering vergunning tot verblijf wegens verbroken gezinsband
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, verzocht om een vergunning tot verblijf bij zijn moeder in Nederland, welke werd geweigerd door verweerder op grond van een verbroken feitelijke gezinsband. Verweerder stelde dat eiser sinds 1993 in het gezin van zijn grootmoeder verbleef en dat de moeder een nieuw gezin had gesticht, waardoor de gezinsband was verbroken.
De rechtbank stelde vast dat verweerder een te restrictieve beleidsinterpretatie hanteerde, met name door zwaar te tillen aan het feit dat de moeder een nieuw gezin had gesticht en aan de duur van de scheiding. De rechtbank benadrukte dat strikt gekeken moet worden naar de feitelijke situatie en dat tijdsverloop slechts relevant is voor de bewijslastverdeling.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende aandacht had besteed aan de belangen van eiser, die als kind met een ontwikkelingsachterstand speciaal onderwijs volgt en al meerdere jaren in Nederland verblijft. De rechtbank oordeelde dat het niet meewegen van deze belangen in strijd is met artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank vernietigde de beschikking en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de belangen van eiser adequaat moeten worden meegewogen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking tot weigering van de vergunning tot verblijf wordt vernietigd.