ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7534

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
3 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 01/47321
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:77 AwbArt. 84 Vw2000Art. 94 Vw2000Art. 95 Vw2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens uitzetting vreemdeling na inbewaringstelling

De vreemdeling, met de Tunesische nationaliteit, werd op 18 september 2001 in bewaring gesteld. De Staatssecretaris van Justitie heeft de rechtbank hierover geïnformeerd middels een kennisgeving op grond van artikel 94 Vreemdelingenwet Pro 2000. De vreemdeling werd op 25 september 2001 uitgezet naar Tunesië.

De gemachtigde van de vreemdeling heeft verklaard dat hij het beroep niet kan intrekken omdat hij geen toestemming van de vreemdeling heeft ontvangen. Tijdens de openbare behandeling op 27 september 2001 was de gemachtigde niet aanwezig en heeft geen contact gehad met de vreemdeling.

De rechtbank constateert dat er geen beroepschrift is ingediend tegen de inbewaringstelling en dat de vreemdeling inmiddels is uitgezet. Ook is geen verzoek om schadevergoeding gedaan. Gezien deze omstandigheden is het niet aannemelijk dat de vreemdeling nog belang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de inbewaringstelling. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met een termijn van één week na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na uitzetting.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
sector bestuursrecht
vreemdelingenkamer, enkelvoudig
__________________________________________________
UITSPRAAK
ingevolge artikel 8:77 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb)
beroep vrijheidsontnemende maatregel
__________________________________________________
Reg.nr : AWB 01/47321 VRWET
Inzake : A, crv nummer [crv nummer], hierna te noemen de vreemdeling, gemachtigde mr. P. Th. van Alkemade, advocaat te Maastricht,
tegen : de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,gemachtigde mr. S. van Beek, ambtenaar ten departemente.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
1. De vreemdeling heeft gesteld te zijn geboren op [...] 1979 en de Tunesische nationaliteit te hebben.
2. Bij kennisgeving op grond van artikel 94 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw2000), ter griffie van deze rechtbank ontvangen op 20 september 2001, heeft verweerder de rechtbank bericht dat de vreemdeling met ingang van 18 september 2001 de maatregel van bewaring is opgelegd. Krachtens die bepaling wordt de vreemdeling na de ontvangst van deze kennisgeving geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel.
3. De vreemdeling is op 25 september 2001 uitgezet naar Tunesië.
4. Openbare behandeling van dit beroep heeft plaatsgevonden op 27 september 2001. De gemachtigde van de vreemdeling is niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
II. OVERWEGINGEN
1. De gemachtigde van de vreemdeling heeft kennis genomen van het feit dat de vreemdeling is uitgezet. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat hij het beroep niet kan intrekken, nu hij daarvoor geen toestemming heeft gekregen van de vreemdeling.
2. De rechtbank overweegt dat zij door middel van een kennisgeving als bedoeld in artikel 94, eerste lid, Vw2000 in kennis is gesteld van de bewaring van de vreemdeling en dat er geen beroepschrift van de zijde van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling is ingediend.
Zij constateert voorts dat de vreemdeling reeds zeer kort na zijn inbewaringstelling, namelijk op 25 september 2001, succesvol is uitgezet naar het land van herkomst.
Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat de gemachtigde van de vreemdeling ten tijde en na de uitzetting geen contact heeft gehad met de vreemdeling en dat de gemachtigde ook niet ter zitting is verschenen. Evenmin is gebleken dat er een verzoek om schadevergoeding is ingediend door de gemachtigde. Onder deze omstandigheden, in onderling verband bezien, is de rechtbank van oordeel dat aan het -fictieve- beroep de grondslag is komen te ontvallen, nu niet aannemelijk is dat de vreemdeling nog een belang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de inbewaringstelling. Het beroep dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3. Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten, is de rechtbank niet gebleken.
III. BESLISSING
De Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage
RECHT DOENDE:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
IV. RECHTSMIDDEL
Krachtens artikel 95 Vw2000 staat tegen deze uitspraak voorzover het betreft het beroep tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel voor partijen hoger beroep open.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt één week na verzending van de uitspraak door de griffier.
Bij het beroepschrift dient een kopie van deze uitspraak te worden overgelegd.
Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage.
Voorzover in deze uitspraak is beslist op het verzoek om schadevergoeding staat daartegen krachtens artikel 84 aanhef Pro en onder d Vw2000 geen hoger beroep open.
Aldus gedaan door mr. H. Ollermann en uitgesproken in het openbaar op
3 oktober 2001, in tegenwoordigheid van W.M. Colpa, griffier.