ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7534
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens uitzetting vreemdeling na inbewaringstelling
De vreemdeling, met de Tunesische nationaliteit, werd op 18 september 2001 in bewaring gesteld. De Staatssecretaris van Justitie heeft de rechtbank hierover geïnformeerd middels een kennisgeving op grond van artikel 94 Vreemdelingenwet Pro 2000. De vreemdeling werd op 25 september 2001 uitgezet naar Tunesië.
De gemachtigde van de vreemdeling heeft verklaard dat hij het beroep niet kan intrekken omdat hij geen toestemming van de vreemdeling heeft ontvangen. Tijdens de openbare behandeling op 27 september 2001 was de gemachtigde niet aanwezig en heeft geen contact gehad met de vreemdeling.
De rechtbank constateert dat er geen beroepschrift is ingediend tegen de inbewaringstelling en dat de vreemdeling inmiddels is uitgezet. Ook is geen verzoek om schadevergoeding gedaan. Gezien deze omstandigheden is het niet aannemelijk dat de vreemdeling nog belang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de inbewaringstelling. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met een termijn van één week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na uitzetting.