ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7542
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergunning verblijf op grond van driejarenbeleid aan Algerijnse asielzoeker
Eiser, een Algerijn, diende op 29 juni 1994 een aanvraag in voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Verweerder wees deze aanvragen af en verleende slechts uitstel van vertrek ter voorkoming van dubbele procedures. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij recht had op een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid, omdat meer dan drie jaar was verstreken sinds zijn aanvraag en het uitstel van vertrek beleidsmatig was.
De rechtbank onderzocht het relevante tijdsverloop en concludeerde dat de periode van 29 juni 1994 tot 30 januari 1997 als relevant tijdsverloop moet worden aangemerkt, waarbij ook de periode van beleidsmatig uitstel van vertrek van 12 februari 1998 tot 22 december 1998 werd meegerekend. Dit resulteerde in een totaal van ruim drie jaar en vijf maanden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte het uitstel van vertrek niet als beleidsmatig had aangemerkt en dat eiser daarom recht heeft op een vergunning tot verblijf op grond van het driejarenbeleid. De beschikking van 18 augustus 1999 werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.