ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7618
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens gebruik ongeldige laissez-passer bij uitzetting
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 21 september 2001 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting uit Nederland. Hij betwistte zijn onrechtmatig verblijf en voerde aan dat er nog lopende procedures waren, waaronder een verzoek om voorlopige voorziening en bezwaarschriften. De rechtbank oordeelde dat deze procedures geen uitzettingsbeletsel vormden en dat eiser geen rechtmatig verblijf had, mede vanwege een eerdere veroordeling.
De rechtbank stelde vast dat bij een uitzettingspoging op 29 september 2001 gebruik was gemaakt van een laissez-passer waarvan de datum was gewijzigd door de vreemdelingendienst te Amsterdam, zonder dat hiervoor een geldige bevoegdheid bestond. Dit werd als een gemanipuleerd document aangemerkt, wat de maatregel van bewaring vanaf die datum onrechtmatig maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 2 oktober 2001 en kende eiser een schadevergoeding toe van 550 gulden voor de ten onrechte doorgebrachte dagen in bewaring. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van 1.420 gulden. De uitspraak werd gedaan door mr. P.J.M. Mol op 2 oktober 2001.
Uitkomst: De maatregel van bewaring werd opgeheven wegens onrechtmatig gebruik van een gemanipuleerde laissez-passer en eiser kreeg schadevergoeding toegekend.