ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7619
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.J.H. van Meegen
- H.A. Ahmadali
- I.J.B. Corbey
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring EG-onderdaan wegens onzorgvuldige straftoets en onvoldoende motivering actuele bedreiging
Eiser, een EG-onderdaan van Portugese nationaliteit, werd ongewenst verklaard op grond van een buitenlandse strafrechtelijke veroordeling tot een gevangenisstraf van acht jaar wegens poging tot invoer van cocaïne. Verweerder baseerde het besluit op een strafindicatie van vijf jaar, verkregen via een parketsecretaris in plaats van de Officier van Justitie, en motiveerde dat eiser een actuele bedreiging vormt voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelt dat de wijze van vaststelling van de vergelijkbare Nederlandse strafmaat onzorgvuldig is, omdat niet de bevoegde Officier van Justitie is geraadpleegd en onduidelijk is welke informatie aan het parket is verstrekt. Tevens is de motivering onvoldoende, aangezien verweerder zich niet rekenschap heeft gegeven van het persoonlijk gedrag van eiser na zijn vrijlating en onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een actuele bedreiging.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen 14 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd.