ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7626
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vrijheidsontneming vreemdeling na strafrechtelijke vrijspraak
Eiser, een vreemdeling van Pakistaanse nationaliteit, werd op 3 september 2001 vrijgesproken door de strafrechter en direct daarna staandegehouden door de vreemdelingendienst. Hij verbleef vijf minuten in bewaring zonder duidelijke wettelijke grondslag, wat eiser onrechtmatig achtte en aanleiding gaf tot beroep.
De rechtbank overwoog dat het tijdsverloop van vijf minuten tussen het einde van de strafrechtelijke detentie en de staandehouding noodzakelijk kan zijn voor administratieve handelingen en overdracht aan de vreemdelingendienst. De situatie werd vergeleken met een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin een vergelijkbare korte periode werd geaccepteerd.
Gezien het geringe tijdsverloop, de aanwezigheid van een raadsman zonder bezwaar en het ontbreken van aanwijzingen voor onvoldoende voortvarendheid of gebrek aan perspectief op uitzetting, oordeelde de rechtbank dat de vrijheidsontneming niet onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontneming is ongegrond verklaard.