ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7627
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting en verlenging visum kort verblijf
Verzoekster, van Surinaamse nationaliteit, vroeg verlenging van haar visum voor kort verblijf om haar hoogbejaarde moeder in december 2001 naar Suriname te begeleiden. De moeder woont in Nederland en wil vanwege gezondheidsredenen niet alleen reizen. Verzoekster stelde voldoende middelen van bestaan te hebben en dat haar terugkeer gegarandeerd is.
De Minister van Buitenlandse Zaken wees het verzoek af omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden van de Vreemdelingencirculaire 2000, waaronder het ontbreken van voldoende middelen van bestaan en het ontbreken van zeer bijzondere omstandigheden die verlenging rechtvaardigen. De president oordeelde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en dat de omstandigheden onvoldoende waren om het visum te verlengen tot maximaal zes maanden.
De president concludeerde dat de uitzetting na het verlopen van het visum niet hoeft te worden opgeschort en dat het bezwaar niet op grond van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000 kon worden behandeld omdat het bezwaar niet ging over een verblijfsvergunning maar over een visum. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van uitzetting en verlenging van het visum voor kort verblijf wordt afgewezen.