ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7711
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs vluchtelingenstatus en humanitaire gronden
Eisers, een Macedonisch Roma-koppel, vroegen om toelating als vluchteling en verlening van een verblijfsvergunning in Nederland. Zij stelden dat zij in Macedonië worden gediscrimineerd vanwege hun Roma-afkomst en dat eiseres psychische problemen en een onvervulde kinderwens heeft die medische behandeling in Nederland vereisen.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van een reëel risico op vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De discriminatie in Macedonië is onvoldoende aangetoond als zodanig dat het leven van eisers onhoudbaar is geworden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiseres vanwege haar Roma-afkomst geen toegang heeft tot psychische zorg in Macedonië.
Het rapport van een psychotraumatherapeut over een trauma uit 1992 werd niet overtuigend bevonden, mede omdat de gebeurtenissen niet eerder waren gemeld en de onderzoeksgegevens ontbraken. De onvervulde kinderwens werd niet als grond voor verblijf in Nederland erkend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvragen afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de aanvragen om verblijfsvergunning worden afgewezen.