ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7788
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring minderjarige vreemdeling en plaatsing in geschikte instelling
Eiser, een vreemdeling die zich niet kon legitimeren en werd aangetroffen tijdens een controle, werd in bewaring gesteld vanwege het belang van de openbare orde en in afwachting van een beslissing op zijn verblijfsvergunningaanvraag. Verweerder ging uit van meerderjarigheid op basis van een aanrandingszaak uit 2000, maar kon dit niet onderbouwen. Eiser verklaarde minderjarig te zijn, wat de rechtbank voorlopig aannam.
De rechtbank oordeelde dat het te ver zou gaan om de bewaring op te heffen, maar gaf wel opdracht om eiser binnen vier dagen te plaatsen in een voor minderjarigen geschikte instelling. Tevens werd verweerder opgedragen een gezagsvoorziening te treffen conform het Burgerlijk Wetboek, omdat geen gezag was voorzien.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank vond de bewaring niet onrechtmatig en achtte de vrees gerechtvaardigd dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard, maar eiser wordt binnen vier dagen geplaatst in een voor minderjarigen geschikte instelling en er wordt een gezagsvoorziening getroffen.