ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7791
Rechtbank 's-Gravenhage
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens niet aanvoeren ter zitting
Eiser, een vreemdeling, was in bewaring gesteld na zijn aanhouding op verdenking van een strafbaar feit. De bewaring werd opgelegd met het oog op uitzetting en het belang van de openbare orde. Op de zitting van 27 november 2001 kon eiser echter niet worden aangevoerd omdat hij niet bekend was bij het op de transportorder vermelde politiebureau en elders gedetineerd bleek te zijn.
De rechtbank stelde vast dat een deugdelijk transport naar de rechtbank op die dag niet mogelijk was, waardoor eiser niet kon worden gehoord conform artikel 94, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelde dat deze situatie niet als overmacht kan worden aangemerkt, mede omdat geen actie werd ondernomen door het politiebureau of de transportdienst na constatering van de situatie.
Gelet op het recht van een vreemdeling om gehoord te worden bij een vrijheidsbenemende maatregel en de jurisprudentie hierover, werd de voortzetting van de bewaring als onrechtmatig beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt opgeheven wegens het niet tijdig kunnen horen van de vreemdeling.