ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7946
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van vreemdeling vanwege gebrekkig gehoor en onduidelijkheid tijdstip oplegging
Op 15 augustus 2001 werd eiser, een Indiase vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, staande gehouden en in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens de ophouding bleek dat het gehoor in het Engels niet effectief was vanwege beperkte taalvaardigheid van eiser. Een gepland gehoor in het Punjabi vond plaats zonder proces-verbaal, waardoor essentiële verblijfsrechtelijke aspecten niet aan bod kwamen.
De rechtbank oordeelt dat de politieambtenaar bevoegd was tot staandehouding en ophouding, maar dat het gehoor niet voldeed aan de wettelijke eisen vanwege taalproblemen en het ontbreken van een proces-verbaal. Tevens was onduidelijk wanneer de maatregel van bewaring precies was opgelegd, wat de rechtmatigheid verder ondermijnt.
Daarom is de bewaring vanaf het begin onrechtmatig en wordt het beroep van eiser gegrond verklaard. De rechtbank beveelt opheffing van de bewaring en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bewaring onrechtmatig en beveelt onmiddellijke opheffing van de maatregel.