ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7975
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.M. Elderman
- G. Blomsma
- J.F.M.J. Bouwman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Eiseres, afkomstig uit Burundi, heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontvangen op grond van artikel 29, eerste lid onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde dat ten onrechte niet is gemotiveerd waarom geen vergunning op grond van andere subartikelen was verleend. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, stellende dat eiseres geen belang had bij doorprocederen na inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelt dat in het Nederlandse bestuursrecht formele rechtskracht toekomt aan een beschikking indien daartegen niet tijdig beroep is ingesteld. De rechtbank volgt verweerder niet in de primaire stelling dat aan de beslissing tot verlening van de vergunning op grond van artikel 29 lid 1 onder Pro d geen formele rechtskracht toekomt. Wel erkent de rechtbank dat bij intrekking van een vergunning de formele rechtskracht van eerdere afwijzingen niet tegengeworpen kan worden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe beschikking te geven, en wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiseres. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 3 december 2001.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar vernietigd en verweerder veroordeeld in proceskosten.