ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8261
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bescherming
Eiseres, afkomstig uit Iran en lid van de Constitutional Party of Iran (CPI), vroeg asiel aan in Nederland nadat zij vanwege haar politieke activiteiten niet naar Iran kon terugkeren. Zij verklaarde onder meer haar vliegticket te hebben verscheurd en haar paspoort vrijwillig naar de CPI in Amerika te hebben gestuurd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (verweerder) wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.
De rechtbank constateerde dat eiseres niet te goeder trouw was omdat zij haar paspoort vrijwillig had afgestaan en niet bereid was dit te overleggen, wat haar geloofwaardigheid ondermijnde. Hierdoor rustte een zwaardere bewijslast op haar om aan te tonen dat zij bescherming behoeft. De rechtbank vond het niet aannemelijk dat eiseres vanwege haar lidmaatschap en activiteiten voor de CPI in Iran vervolging te vrezen had, mede omdat zij pas na het verlopen van haar visum asiel aanvroeg en geen persoonlijke problemen met de autoriteiten had ondervonden.
Eiseres voerde aan dat haar familieleden waren opgepakt en dat zij tot een risicogroep behoorde, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd. Ook de aanvullende informatie en verklaringen konden het oordeel van de rechtbank niet wijzigen. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning op grond van vluchtelingenstatus of humanitaire redenen.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.