ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8269
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens vestigingsalternatief in Somalië
Eiser, een Somalische asielzoeker uit het conflictgebied in Zuid-Somalië en behorend tot de Darod-clanfamilie, verzocht om een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in Nederland. Verweerder stelde dat eiser zich veilig kan vestigen in het relatief veilige deel van Somalië, gebaseerd op een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken en het Nederlandse vvtv-beleid.
De rechtbank toetste het bestreden besluit aan het geldende recht en het beleid, waaronder de beleidsbrief van 3 april 2000. Hieruit volgt dat leden van de Darod-clanfamilie zich in het algemeen veilig kunnen vestigen in het woongebied van hun eigen clanfamilie in het relatief veilige deel van Somalië, tenzij er ernstige conflicten zijn tussen clans. Eiser voerde aan dat hij geen banden heeft met het noorden van Somalië en verwees naar eerdere jurisprudentie en een UNHCR-brief, maar deze argumenten werden onvoldoende concreet bevonden.
De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht als deskundigenadvies onpartijdig en objectief is en dat verweerder redelijkerwijs mocht uitgaan van de juistheid ervan. Er waren geen concrete aanwijzingen die twijfel aan de juistheid of volledigheid van het ambtsbericht rechtvaardigden. Daarom heeft eiser geen recht op een vvtv, en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser een veilig vestigingsalternatief heeft in het relatief veilige deel van Somalië.