ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8310
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening inzake afwijzing verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
Verzoeker, een Russische staatsburger en alleenstaande minderjarige vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke op 15 november 2001 werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie. Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep was beslist.
Tijdens de zitting op 27 november 2001, waar verzoeker niet verscheen, erkende verweerder dat het deel van het beroepschrift dat betrekking had op de verblijfsvergunning als bezwaarschrift moest worden beschouwd. De president oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet connex was aan het bezwaar en dat de werking van het besluit door het bezwaar van rechtswege was opgeschort.
Daarom had verzoeker geen belang meer bij het verzoek om voorlopige voorziening, waardoor dit verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, omdat deze onjuist was geïnformeerd over de rechtsmiddelen en daardoor genoodzaakt was het verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.