ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8319
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijfsalternatief voor Midgan uit Somalië
Eiser, een Somalische Midgan, vroeg asiel aan in Nederland en kreeg een afwijzende beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Verweerder stelde dat eiser zich aan dreigende problemen kon onttrekken door zich in relatief veilige gebieden van Somalië te vestigen, waarmee een verblijfsalternatief werd tegengeworpen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat voor eiser een dergelijk verblijfsalternatief bestond. Dit oordeel was mede gebaseerd op summiere informatie in het ambtsbericht van 12 juni 2001, het eerdere ambtsbericht van 5 december 2000 waarin veiligheidsproblemen voor Midgan werden beschreven, en een brief van Amnesty International van 3 oktober 2001.
De rechtbank stelde vast dat het beroep zich beperkte tot de d-grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 en dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat terugkeer naar Somalië niet van bijzondere hardheid zou zijn. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzende beschikking vernietigd wegens onvoldoende motivering van het verblijfsalternatief.