ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8374
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- J.S.W. Holtrop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verbod uitlevering Nederlander aan VS wegens strafrechtelijke verdenking en garanties
Eiser, een Nederlandse staatsburger, wordt in de Verenigde Staten verdacht van betrokkenheid bij het invoeren van XTC en deelname aan een criminele organisatie. De VS verzocht via diplomatieke weg om zijn uitlevering, welke door Nederlandse rechtbanken en de Hoge Raad toelaatbaar werd verklaard. Eiser vordert in kort geding dat uitlevering wordt verboden of dat hij in Nederland wordt vervolgd, onder meer omdat hij vreest voor schendingen van het specialiteitsbeginsel, disproportionele strafoplegging en onmenselijke behandeling in Amerikaanse gevangenissen.
De rechtbank overweegt dat op grond van het Nederlands-Amerikaans uitleveringsverdrag en het Europees verdrag inzake de Overbrenging van gevonniste personen voldoende garanties bestaan dat eiser zijn straf in Nederland kan uitzitten. Het specialiteitsbeginsel wordt gerespecteerd en er is onvoldoende bewijs dat de VS dit niet naleeft. De vrees voor disproportionele straf en onmenselijke behandeling wordt niet aannemelijk gemaakt. Ook het beroep op het Verdrag van Genève en het risico op mishandeling in Amerikaanse gevangenissen faalt wegens gebrek aan concrete persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank concludeert dat gedaagde, de Staat der Nederlanden, in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot uitlevering zonder aanvullende individuele garanties. De primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en staat de uitlevering van eiser aan de Verenigde Staten toe zonder aanvullende individuele garanties.