ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8388
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning op grond van traumata vreemdelingen uit FRJ
Verzoekers, afkomstig uit de Federale Republiek Joegoslavië, vroegen een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat bezwaar tegen de afwijzing van hun verblijfsaanvragen was behandeld. Zij beroepen zich op artikel 29, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege traumatische ervaringen.
De rechtbank stelt vast dat het zogenoemde eerbiedigingsbeginsel niet geldt in het asielrecht, waardoor het bestuursorgaan het beleidskader mag toepassen dat geldt bij de beslissing op bezwaar, namelijk het traumabeleid uit de Vreemdelingenregeling 2000. Verzoekers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij bijzondere omstandigheden hebben die een uitzondering rechtvaardigen.
De feiten tonen dat verzoekers weliswaar bedreigingen en mishandelingen hebben ondervonden, maar dat zij geen concrete aanwijzingen hebben geleverd dat deze traumata van overheidswege zijn of dat de autoriteiten geen bescherming kunnen bieden. De rechtbank concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en uitzetting kan doorgaan.