ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8394
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig relaas en vestigingsalternatief in Noord-Somalië
Verzoeker, afkomstig uit Somalië en lid van de Banaderi stam, vreesde vervolging door een rivaliserende clan na conflicten en een dodelijke aanval op zijn neef. Zijn asielaanvraag werd in de AC-procedure afgewezen vanwege tegenstrijdige verklaringen over de bedreigingen en verwondingen die hij had opgelopen.
De rechtbank oordeelde dat het relaas van verzoeker niet geloofwaardig was door inconsistenties in zijn verklaringen, onder meer over het tijdstip van bedreigingen en de aard en locatie van zijn verwondingen. Daarnaast werd overwogen dat Noord-Somalië, ondanks de zorgwekkende algemene situatie, als vestigingsalternatief kan gelden. Dit werd onderbouwd met ambtsberichten en een recente notitie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken die een relatief rustige situatie in Puntland bevestigden.
Amnesty International uitte zorgen over de veiligheid van minderheden en recente conflicten, maar de rechtbank vond deze niet doorslaggevend voor het oordeel dat de veiligheid in Noord-Somalië voldoende is gewaarborgd. De rechtbank concludeerde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk vervolging of onmenselijke behandeling te vrezen heeft en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.