ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8402
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang en terreinontzegging AZC afgewezen
Eiser had een asielaanvraag ingediend die bij beschikking van 6 september 2001 werd afgewezen. Op 14 november 2001 ontving eiser een brief van het COA waarin werd meegedeeld dat zijn recht op opvang was beëindigd en dat hij een terreinontzegging had gekregen voor het AZC-terrein. Eiser maakte bezwaar tegen deze mededelingen en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank overwoog dat de brief en de terreinontzegging geen besluiten of met een beschikking gelijkgestelde handelingen zijn zoals bedoeld in artikel 3a van de Wet COA. Dit omdat de wetgever met artikel 45 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 beoogde opvolgende procedures tegen afzonderlijke maatregelen na afwijzing van een asielaanvraag te voorkomen. De terreinontzegging is slechts een feitelijke mededeling zonder zelfstandige rechtsgevolgen.
Eiser voerde aan dat hij tijdig beroep had ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag, waardoor de rechtsgevolgen van de beschikking nog niet waren ingetreden. De rechtbank achtte dit onvoldoende om de mededelingen als besluit te kwalificeren.
Daarom verklaarde de president het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tevens werd opgemerkt dat een voorlopige voorziening tegen de afwijzende asielbeschikking zelf mogelijk wel kan worden ingediend.
De uitspraak werd gedaan door de fungerend president van de rechtbank 's-Gravenhage op 18 december 2001.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van opvang en terreinontzegging wordt niet-ontvankelijk verklaard.