ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8517
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring van EU-onderdaan zonder verblijfsrecht en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling, een Spaanse gemeenschapsonderdaan, werd in december 2001 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verweerder stelde dat het verblijfsrecht van de vreemdeling was vervallen vanwege strafrechtelijke antecedenten en dat hij een actueel gevaar voor de openbare orde vormde.
De rechtbank oordeelde dat uit de gedingstukken niet bleek dat het verblijfsrecht van de vreemdeling was vervallen, noch dat de termijn van vier weken om te vertrekken was verstreken. Ook kon niet worden volstaan met een verwijzing naar strafrechtelijke veroordelingen om het verlies van verblijfsrecht te rechtvaardigen. De maatregel van bewaring was daarom onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 28 december 2001 en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van ƒ 2.800,-- voor het onrechtmatig verblijf in politiecel en penitentiaire inrichting. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend. Tegen de beslissing inzake schadevergoeding staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bewaring onrechtmatig, beveelt opheffing en kent schadevergoeding toe van ƒ 2.800,--.