ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8869
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P. Smit
- C.W. Rang
- B.E. Mildner
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mvv-vereiste in verband met de Associatieovereenkomst EG-Polen
Eiseres, een Poolse onderdaan, verzocht om een vergunning tot verblijf als zelfstandige in Nederland, maar haar aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Zij stelde dat het mvv-vereiste in strijd was met de Associatieovereenkomst tussen de EG en Polen, die gelijke behandeling van Poolse en Nederlandse zelfstandigen voorschrijft.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het arrest van het Hof van Justitie inzake Barkoci en Malik (C-257/99), waarin werd bevestigd dat het mvv-vereiste niet strijdig is met de artikelen 44 en 58 van de Associatieovereenkomst. De rechtbank stelde vast dat het mvv-vereiste geen beperking inhoudt van de rechten die Poolse onderdanen uit de overeenkomst voortvloeien en dat het Nederlandse immigratierecht geen uitzondering op dit vereiste kent.
Eiseres had bovendien geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om het ontbreken van een geldige mvv binnen de gestelde termijn te herstellen. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Er was geen aanleiding om het griffierecht te vergoeden of proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een geldige mvv.