ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep tegen buiten behandeling stelling verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv
Verzoeker, een Ghanees, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning bij zijn Nederlandse echtgenote, maar deze werd buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank overweegt dat hoewel het mvv-vereiste onder de nieuwe Vreemdelingenwet 2000 een afwijzingsgrond is en geen grond voor buiten behandeling stelling, verweerder na heroverweging toch kan volharden in het besluit. De kernvraag is of verweerder de hardheidsclausule terecht niet heeft toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de lange duur van de legalisatie- en verificatieprocedure van de geboorteakte van de echtgenote, de inzet van alle rechtsmiddelen door de echtgenote en de civiele procedures om documenten te verkrijgen, aanleiding hadden moeten zijn om de hardheidsclausule toe te passen. Verweerder heeft dit onvoldoende gemotiveerd.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen 14 weken opnieuw te beslissen. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen die uitzetting verbiedt totdat op het bezwaar is beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen wordt vernietigd.