ECLI:NL:RBSGR:2001:AE1762
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van criminele antecedenten en vreemdelingenbeleid
Eiser, een Turkse vreemdeling die sinds 1987 in Nederland verblijft, verzocht meerdere malen om een verblijfsvergunning. Zijn aanvragen werden steeds afgewezen, onder meer vanwege criminele antecedenten, namelijk onvoorwaardelijke veroordelingen voor rijden onder invloed. Volgens het beleid TBV 1999/23 mag geen vergunning worden verleend indien sprake is van criminele antecedenten.
Eiser voerde aan dat zijn veroordelingen gering waren en dat hij gebruik had moeten kunnen maken van de inherente afwijkingsbevoegdheid. Ook stelde hij dat het gelijkheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) in zijn voordeel spreken, en dat hij rechten ontleent aan het Besluit 1/80 bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije. De rechtbank oordeelde dat de veroordelingen misdrijven zijn en niet geringe overtredingen, waardoor het beleid juist is toegepast. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare zaken andere feiten betreffen. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd eveneens verworpen omdat eiser en zijn zoon niet in gezinsverband hebben samengewoond en de persoonlijke belangen niet zwaarder wegen dan het algemene belang.
De rechtbank wees het beroep af en verklaarde dat de goede procesorde zich verzet tegen een inhoudelijke beoordeling van het beroep op het Besluit 1/80, mede omdat eiser dit niet nader had onderbouwd. Verweerder maakte terecht geen gebruik van afwijkingsbevoegdheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.