ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA6786
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- S.J. Giling
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraakse verzoeksters wegens onbekend vestigingsalternatief
Op 6 februari 2001 behandelde de rechtbank 's-Gravenhage een verzoek tot voorlopige voorziening van drie Iraakse verzoeksters tegen de Staatssecretaris van Justitie. De verzoeksters, behorend tot de Syrisch-orthodoxe geloofsgroep, werden geconfronteerd met uitzettingsbesluiten. De rechtbank overwoog dat er vragen waren gesteld over de mogelijkheid van een vestigingsalternatief in Noord-Irak voor Chaldeeuwse christenen, maar dat deze verzoeksters tot een andere geloofsgroep behoren waarvan de situatie onbekend is.
De president van de rechtbank oordeelde dat vanwege deze onbekendheid niet kon worden uitgesloten dat het bezwaar van verzoeksters een redelijke kans van slagen heeft. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen en werd het de Staatssecretaris verboden de verzoeksters uit Nederland te verwijderen zolang niet op hun bezwaar was beslist.
Daarnaast werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van proceskosten en werd het griffierecht aan de eerste verzoekster vergoed. De zitting vond plaats in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden, waarbij de verzoeksters persoonlijk verschenen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige beoordeling van geloofsgroepen en vestigingsalternatieven in vreemdelingenzaken, en het waarborgen van een eerlijk proces door het opleggen van een verbod op uitzetting zolang bezwaarprocedures lopen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van de verzoeksters wordt verboden zolang niet op bezwaar is beslist.