ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7042
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing van vreemdelingenbewaring wegens niet tijdige kennisgeving voortduren bewaring
De vreemdeling is op 27 februari 2001 in bewaring gesteld en zijn uitzetting gelast. Op 4 april 2001 werd het eerste beroep tegen de bewaring ongegrond verklaard. De wet vereist dat de overheid uiterlijk 28 dagen na deze uitspraak de rechtbank informeert over het voortduren van de bewaring. Deze kennisgeving had uiterlijk op 2 mei 2001 moeten plaatsvinden, maar werd pas op 3 mei 2001 gedaan.
De rechtbank stelt dat deze kennisgeving een strikte waarborg is voor de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming. Door het verzuim van de overheid om tijdig te informeren, wordt de bewaring vanaf 3 mei 2001 als onrechtmatig beschouwd. De rechtbank concludeert dat de bewaring daarom moet worden opgeheven.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en het beroep gegrond verklaard. De maatregel tot vrijheidsontneming wordt met ingang van 17 mei 2001 opgeheven. De gemachtigde van de vreemdeling heeft niet gereageerd op de voortgangsrapportage van 11 mei 2001.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens het niet tijdig melden van het voortduren van de bewaring.