ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7044
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken voortgangsinformatie verwijdering
De vreemdeling, van Algerijnse nationaliteit, was sinds 12 december 2000 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Op 2 mei 2001 werd de rechtbank geïnformeerd over het voortduren van de vrijheidsontneming, maar verweerder verstrekte geen nadere inlichtingen over de voortgang van de verwijdering, zoals vereist volgens de richtlijnen van de vreemdelingenkamer.
De rechtbank constateerde dat op de sluitingsdatum van het vooronderzoek, 11 mei 2001, geen informatie was ontvangen die het mogelijk maakte om te beoordelen of er nog voldoende perspectief bestond op uitzetting en of verweerder voortvarend handelde. Hierdoor kon de rechtbank niet toetsen of voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd was.
Gezien het ontbreken van deze essentiële informatie achtte de rechtbank de voortzetting van de bewaring onrechtmatig en besloot de bewaring per 11 mei 2001 op te heffen. Het beroep tegen de bewaring werd daarmee gegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegekend aan een van de partijen.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op vanwege het ontbreken van noodzakelijke informatie over de voortgang van de uitzetting.