ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid strafrechtelijke aanhouding en bewaring vreemdeling afgewezen
Eiser, een Amerikaanse vreemdeling, werd op 14 april 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij betoogde dat de strafrechtelijke aanhouding onrechtmatig was omdat het proces-verbaal niet op ambtseed was opgemaakt, waardoor het strafrechtelijk traject niet getoetst kon worden.
De rechtbank stelde vast dat er weliswaar geen op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen in het dossier zat, maar dat uit het mutatierapport en andere proces-verbalen voldoende bleek dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond. De aanhouding vond plaats nadat eiser in het bezit was van een verboden steekwapen in een supermarkt.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen rechtmatig verblijf had, geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en onvoldoende middelen van bestaan. Er was een vlucht geboekt naar Amerika, maar uitzetting kon niet plaatsvinden vanwege het gedrag van eiser. De rechtbank achtte de vrijheidsontnemende maatregel en de tenuitvoerlegging daarvan gerechtvaardigd en wees het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.