ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7085
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit Congolese verzoekster
Verzoekster, een Congolese vrouw, diende een aanvraag in voor toelating als vluchteling in Nederland, welke bij besluit van 6 juli 2000 werd afgewezen. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de president van de rechtbank om een voorlopige voorziening die de uitzetting tijdens de bezwaarprocedure zou schorsen.
De rechtbank overwoog dat het relaas van verzoekster onvoldoende aanknopingspunten bevatte voor een van de in het Vluchtelingenverdrag genoemde gronden. De incidenten zoals plundering van haar woning en ontvoering van haar dochter moesten worden gezien in de context van de algemene onveiligheidssituatie in de Democratische Republiek Congo en Kinshasa. Tevens was niet aannemelijk dat haar traumatische ervaringen een terugkeer onredelijk maken.
De president oordeelde dat het besluit van verweerder om de uitzetting niet op te schorten terecht was en zag geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Ook achtte hij het niet passend om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak, aangezien verzoekster zich nog niet adequaat over de rechtsgevolgen van het besluit had kunnen uitlaten.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting van verzoekster wordt afgewezen.