ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7087
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening inzake intrekking asielaanvraag en vrijheidsontneming
Verzoeker, van Joegoslavische nationaliteit, heeft zijn asielaanvraag ingetrokken om zijn moeder in Kosovo te ondersteunen. Hij betoogde dat zijn gemachtigde niet op de hoogte was gesteld van deze intrekking en dat het dossier onvolledig was bij de beoordeling. De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was voor een afspraak tussen de IND en de rechtshulpverlening over het informeren van gemachtigden bij intrekking en dat verzoeker meerdere keren bewust was van de consequenties van zijn intrekking.
De rechtbank stelde vast dat de algemene situatie in Joegoslavië en Kosovo geen algemeen vluchtelingenstatus rechtvaardigt en dat verzoeker onvoldoende persoonlijke omstandigheden had aangetoond die vervolging aannemelijk maken. Incidenten met Servische politie werden als eenmalig en niet leidend tot vluchtelingenstatus beoordeeld. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen.
Daarnaast werd het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren die invrijheidstelling rechtvaardigen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De rechtbank besloot het beroep ongegrond te verklaren en het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; de vrijheidsontnemende maatregel blijft van kracht.