ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8173
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing uitstel van vertrek na beëindiging strafrechtelijk onderzoek
Eisers, allen van Wit-Russische nationaliteit, hadden op 21 september 1998 uitstel van vertrek gekregen in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar een verkrachtingszaak waarbij een gezinslid slachtoffer was. Dit uitstel gold gedurende de periode dat het strafrechtelijk onderzoek plaatsvond.
Na afsluiting van het strafrechtelijk onderzoek op 30 november 1998 werd het uitstel van vertrek door de Staatssecretaris opgeheven. Eisers maakten bezwaar tegen deze opheffing en stelden dat het uitstel onterecht was beëindigd, mede omdat het slachtoffer mogelijk alsnog aangifte zou doen. De rechtbank oordeelde eerder dat de opheffing schriftelijk aan eisers had moeten worden medegedeeld, wat later met een brief van 8 februari 2001 was gebeurd.
De rechtbank overwoog dat de Staatssecretaris in redelijkheid tot opheffing had kunnen besluiten omdat het strafrechtelijk onderzoek was afgesloten en er geen concrete aanwijzingen waren dat het slachtoffer alsnog aangifte zou doen. Ook het ontbreken van een hoorzitting in de bezwaarfase was gerechtvaardigd. Het beroep van eisers werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de opheffing van het uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.