ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8309
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en twijfel aan etnische afkomst
Eiser, een Sudanese asielzoeker van Nuba-afkomst, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van asiel. Verweerder wees de aanvraag af wegens twijfels aan de etnische afkomst van eiser en de inhoudelijke ongeloofwaardigheid van zijn asielrelaas. De rechtbank bevestigt dat verweerder terecht twijfelde aan de Nuba-afkomst, omdat eiser de stamtaal niet spreekt en onvoldoende kennis heeft van zijn geboorteomgeving.
Eiser stelde dat de aanvraag ten onrechte in de versnelde procedure was afgehandeld en dat nader onderzoek naar zijn geboortenregisterakte had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was nader onderzoek te doen en dat het uittreksel uit het geboortenregister niet voldoende bewijs levert voor identiteit of afkomst.
De rechtbank concludeert dat het asielrelaas ongeloofwaardig is, onder meer omdat eiser niet in staat is zijn woonomgeving te beschrijven ondanks twintig jaar verblijf. Ook is geen sprake van vervolgingsgronden zoals genoemd in het Vluchtelingenverdrag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ongeloofwaardigheid en twijfel aan de etnische afkomst.