ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8400
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een vreemdeling van Congolese nationaliteit, is op 18 december 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, nadat hij ongewenst was verklaard en geen rechtmatig verblijf in Nederland kon hebben. De maatregel volgde op een eerdere bewaring die was opgeheven om eiser zijn strafrechtelijke detentie te laten ondergaan.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van 18 december 2001 een definitieve bewaring betrof en niet een voorlopige maatregel met een geldigheidsduur van 28 dagen. De rechtbank stelde vast dat de maatregel tijdig aan de rechtbank was gemeld en dat eiser niet in zijn belangen was geschaad door de eerdere bekendmaking voor inwerkingtreding.
Eiser voerde aan dat de eerdere bewaring ten onrechte was opgeheven en dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij zijn uitzetting tijdens strafrechtelijke detentie. De rechtbank verwierp deze grieven, benadrukkend dat het vrij stond de eerdere bewaring op te heffen en dat de periode zonder uitzettingshandelingen relatief kort was. De belangen van de openbare orde en de ernst van het misdrijf wogen zwaarder dan het belang van eiser bij voortvarende uitzetting.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig was opgelegd en gehandhaafd, dat het beroep ongegrond was en dat het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.