ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8501
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding 48-uurstermijn in AC-procedure bij vrijheidsontneming vreemdeling
De vreemdeling, van Iraanse nationaliteit, diende op 4 januari 2002 een asielaanvraag in die op 7 januari 2002 werd afgewezen. Tegelijkertijd werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De gemachtigde van de vreemdeling betoogde dat de negatieve beslissing op het asielverzoek niet binnen de wettelijk voorgeschreven 48 proces-uren was uitgereikt, wat door verweerder niet werd betwist. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin werd aangegeven dat overschrijding van deze termijn slechts in individuele gevallen kan worden gerechtvaardigd.
De rechtbank stelde dat een gedetailleerde beoordeling van de overschrijding en de motivering daarvan plaats moet vinden tijdens de AC-zitting, waarbij het AC-dossier wordt betrokken. De enkele vaststelling van de overschrijding is onvoldoende om de vrijheidsontnemende maatregel op dit moment te beëindigen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de toepassing van de maatregel niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onredelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.