ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8788
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Rossum
- Valk
- Strijards
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid rechtbank in uitleveringszaak Verenigde Staten tegen opgeëiste persoon
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 29 januari 2002 een verzoek tot uitlevering van een opgeëiste persoon door de Verenigde Staten. De zaak betrof strafvervolging en het verzoek was ingediend via de minister van justitie. De raadsman van de opgeëiste persoon betoogde dat de rechtbank niet bevoegd was omdat de voorlopige aanhouding in het arrondissement Haarlem had plaatsgevonden.
De officier van justitie stelde dat de rechtbank wel bevoegd was op grond van artikel 20 lid 2 van Pro de Uitleveringswet, omdat de zaak was begonnen met een rechtshulpverzoek in 's-Gravenhage en één van de betrokken personen zich in dat arrondissement bevond. De rechtbank oordeelde echter dat de bevoegdheid uitsluitend afhangt van de plaats waar de opgeëiste persoon zich fysiek bevindt bij aanvang van de procedure.
De rechtbank concludeerde dat de opgeëiste persoon zich niet in het arrondissement 's-Gravenhage bevond bij de eerste handeling van de uitleveringsprocedure en dat er geen eerdere betrokkenheid van de officier van justitie was die de uitlevering voorbereidde. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd en wees de vordering tot gevangenhouding af, met als gevolg de opheffing van de bewaring van de opgeëiste persoon.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het uitleveringsverzoek en beveelt opheffing van de bewaring van de opgeëiste persoon.