ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8971
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Verheij
- van der Burg
- van der Wind
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ontucht en mishandeling na bewezenverklaring deels subsidiaire feiten
De rechtbank 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor ontuchtige handelingen gepleegd op de minderjarige dochters van zijn vriendin gedurende een periode van ruim vijf jaar. De kinderen waren destijds tussen negen en zestien jaar oud. Verdachte maakte misbruik van zijn natuurlijke overwicht en de turbulente gezinssituatie. Daarnaast is verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn vriendin nadat zij de relatie wilde beëindigen.
De rechtbank achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de primair ten laste gelegde feiten had gepleegd, met name omdat de kinderen geen minderjarige stiefkinderen waren. Wel werden de subsidiaire feiten bewezen verklaard. De verklaringen van de meisjes werden beoordeeld ondanks het intakegesprek waarbij zij onderling konden spreken, omdat de rechter de geloofwaardigheid van elke verklaring afzonderlijk heeft gewogen.
Diverse deskundigen concludeerden dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is. De rechtbank legde een werkstraf van 240 uur op, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 240 dagen waarvan 140 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. Verdachte is vrijgesproken van de niet bewezen verklaarde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een gevangenisstraf van 240 dagen waarvan 140 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.