ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9395
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst tussen tolk en Ministerie van Justitie, vordering afgewezen
Eiser werkt sinds 1994 als tolk/vertaler voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van gedaagde. Hij vordert loonbetalingen en tewerkstelling op grond van een vermeende arbeidsovereenkomst. Gedaagde stelt dat er slechts een overeenkomst van opdracht is, waarbij eiser zelfstandig zijn inzet bepaalt.
De rechtbank beoordeelt dat de overeenkomst niet schriftelijk is vastgelegd en kwalificeert deze aan de hand van feitelijke gedragingen. Het ontbreken van een gezagsverhouding en de vrijheid van eiser om opdrachten te weigeren duiden op een overeenkomst van opdracht, niet op een arbeidsovereenkomst.
Eiser betoogt dat gedaagde willekeurig opdrachten vermindert, maar dit wordt gemotiveerd betwist. De rechtbank acht aannemelijk dat de vermindering samenhangt met beleidsmaatregelen zoals het kwaliteitstraject, regiobeleid en verminderde instroom van asielzoekers.
De vordering tot loonbetaling en tewerkstelling wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat gedaagde niet gehouden is tot het garanderen van een minimum aantal opdrachten of loonbetalingen onder de gegeven omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de loonvordering af en kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst van opdracht zonder gezagsverhouding.