ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9726
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlenging beslistermijn verblijfsvergunning
Eiseres, een naar gesteld staatloze vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder verlengde de beslistermijn op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 met zes maanden vanwege een noodzakelijk dactyloscopisch onderzoek door Oostenrijkse autoriteiten.
Eiseres stelde beroep in tegen deze verlenging. De rechtbank overwoog dat de verlenging een procedurebeslissing is ter voorbereiding van het uiteindelijke besluit en dat op grond van artikel 6:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dergelijke beslissingen in beginsel niet vatbaar zijn voor bezwaar of beroep, tenzij zij de belanghebbende rechtstreeks in haar belang treffen. Dit was niet het geval.
De rechtbank concludeerde dat de verlenging van de beslistermijn geen zelfstandige rechtsgevolgen heeft en dat de wetgever geen afwijking van de Awb-systematiek heeft neergelegd. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de beslistermijn is niet-ontvankelijk verklaard.