ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9753
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J. Agema
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling en recht op schadevergoeding bij overschrijding wettelijke termijn
Eiser werd op 1 november 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Op 8 november 2001 diende hij een asielaanvraag in, waarna de grondslag van de bewaring werd gewijzigd. De aanvraag werd pas op 17 december 2001 voorzien van een voornemen tot afwijzing, terwijl de wettelijke termijn voor een beslissing of voornemen vier weken bedraagt, met een mogelijke verlenging tot zes weken indien tijdig een voornemen kenbaar wordt gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging tot zes weken alleen geldt indien uiterlijk op de laatste dag van de vierwekentermijn het voornemen tot afwijzing aan de vreemdeling is meegedeeld. In deze zaak was dat niet het geval, waardoor de inbewaringstelling vanaf 7 december 2001 onrechtmatig was.
Daarom werd eiser een schadevergoeding toegekend van 70 euro per dag voor de periode van 7 tot en met 21 december 2001, totaal 980 euro. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inbewaringstelling onrechtmatig was vanaf vier weken na aanvang en kent eiser een schadevergoeding van 980 euro toe.