ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0003
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. M. D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bewaring op grond van vreemdelingenwet na strafrechtelijke heenzending zonder dagvaarding
Eiser, een vreemdeling van Indiase nationaliteit, werd aangehouden op verdenking van een misdrijf en vervolgens zonder dagvaarding heengezonden. Daarna werd hij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Eiser stelde dat de bewaring niet gerechtvaardigd was omdat het strafrechtelijk voortraject was geëindigd met heenzending zonder dagvaarding en hij coöperatief was.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiser zonder dagvaarding was heengezonden niet betekent dat hij niet als verdachte kon worden aangemerkt in de periode voorafgaand aan de bewaring. Bovendien ontbraken bij eiser identiteitsbewijzen en gaf hij tijdens de procedure verschillende personalia op. Dit rechtvaardigde het opleggen van bewaring in het belang van de openbare orde.
De rechtbank constateerde een kennelijke misslag in de processtukken met betrekking tot tijdstippen van inbewaringstelling en gehoor, maar dit maakte de bewaring niet onrechtmatig. Ook was verweerder voldoende voortvarend in het voorbereiden van de uitzetting, ondanks dat deze niet direct kon worden uitgevoerd vanwege ontbrekende juiste gegevens.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de maatregel van bewaring bleef gehandhaafd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank vond geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.