ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0029
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Lolkema
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende vluchtelingenrechtelijke gronden en geen medische indicatie
Eiseres, een Iraanse vrouw, verzocht om toelating als vluchteling met als grond dat zij in Iran werd beperkt in haar seksuele vrijheid en daarvoor door de autoriteiten werd gestraft, waaronder arrestaties en zweepslagen. Zij stelde ook dat zij leed aan een psychische aandoening, nymfomanie, waarvoor zij medische hulp zocht.
De Staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, mede omdat eiseres geen documenten kon overleggen en haar verhaal onvoldoende geloofwaardig werd geacht. Het bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard. Eiseres stelde dat verweerder onzorgvuldig was door geen advies in te winnen bij het Bureau Medische Advisering.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van documenten niet automatisch ongeloofwaardigheid betekent, maar dat de gronden van eiseres niet voldoen aan de vluchtelingencriteria uit het Vluchtelingenverdrag. Haar wens voor meer seksuele vrijheid is geen vluchtelingengrond. Ook is onvoldoende aannemelijk dat zij bij terugkeer een behandeling als verboden onder artikel 3 EVRM Pro zal ondergaan. Bovendien is geen sprake van een medische aandoening die verwijzing naar het Bureau Medische Advisering rechtvaardigt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af. Er worden geen proceskosten toegewezen en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende vluchtelingenrechtelijke gronden en geen medische indicatie.