ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0195
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken voorafgaand bezwaar in vreemdelingenzaak
Opposant diende op 30 november 1999 een aanvraag om toelating in, ruim voor de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Na het uitblijven van een beslissing werd beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaarschrift, conform artikel 8:54, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is omdat eerst bezwaar had moeten worden gemaakt. Dit volgt uit artikel 118, eerste lid, Vw 2000, dat het oude recht inzake bezwaar tegen besluiten die voor de inwerkingtreding van de Vw 2000 bekend zijn gebleven, van toepassing verklaart. Artikel 80 Vw Pro 2000, dat het ontbreken van bezwaar niet vereist, is niet van toepassing.
De rechtbank benadrukt dat het moment waarop het rechtsmiddel ontstaat bepalend is voor het toepasselijke rechtsregime, niet het einde van de termijn waarbinnen het rechtsmiddel kan worden aangewend. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eerst bezwaar had moeten worden gemaakt.