ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0195

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
28 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 01/42692 OVERIN C
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:2 AwbArt. 80 Vw 2000Art. 118 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken voorafgaand bezwaar in vreemdelingenzaak

Opposant diende op 30 november 1999 een aanvraag om toelating in, ruim voor de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Na het uitblijven van een beslissing werd beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaarschrift, conform artikel 8:54, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is omdat eerst bezwaar had moeten worden gemaakt. Dit volgt uit artikel 118, eerste lid, Vw 2000, dat het oude recht inzake bezwaar tegen besluiten die voor de inwerkingtreding van de Vw 2000 bekend zijn gebleven, van toepassing verklaart. Artikel 80 Vw Pro 2000, dat het ontbreken van bezwaar niet vereist, is niet van toepassing.

De rechtbank benadrukt dat het moment waarop het rechtsmiddel ontstaat bepalend is voor het toepasselijke rechtsregime, niet het einde van de termijn waarbinnen het rechtsmiddel kan worden aangewend. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eerst bezwaar had moeten worden gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK TE ‘s-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats Groningen
Vreemdelingenkamer
Registratienummer: Awb 01/42692 OVERIN C
UITSPRAAK
in het geschil tussen:
A,
geboren op [...] 1954,
van Afghaanse nationaliteit,
IND-dossiernummer: 9911.30.8055,
opposant,
gemachtigde: mr. H. Oldenhof, advocaat te Groningen,
en
DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE,
(Immigratie- en Naturalisatiedienst),
te ‘s-Gravenhage,
verweerder.
1. Overwegingen
1.1 Bij uitspraak van 5 november 2001 heeft de rechtbank het beroep van opposant tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag van opposant om toelating als vluchteling, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaarschrift als bedoeld in artikel 7:1 Awb Pro.
1.2 Bij verzetschrift van 13 december 2001 is verzet gedaan tegen deze uitspraak. Daarbij is aangevoerd dat in casu artikel 80 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw 2000) toepasselijk is, waarin is bepaald dat artikel 7:1 Awb Pro niet van toepassing is. Derhalve is terecht beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag, aldus opposant.
1.3 De inhoud van het verzetschrift brengt de rechtbank tot het oordeel dat de rechtbank op 5 november 2001 terecht heeft aangenomen dat het beroep niet-ontvankelijk is. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard.
De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
1.4 De aanvraag van opposant is ingediend op een tijdstip gelegen ruim voor invoering van de Vw 2000, namelijk op 30 november 1999. De termijn voor verweerder om op deze aanvraag te beslissen is, ingevolge artikel 15c, eerste lid, Vreemdelingenwet (Vw) verstreken op 30 mei 2000. Artikel 118 Vw Pro 2000 bepaalt dat ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een besluit op grond van de Vreemdelingenwet dat is bekendgemaakt voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing blijft. Ingevolge artikel 6:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. De rechtbank is van oordeel dat uit het vorenstaande volgt dat het moment van het ontstaan van de mogelijkheid om een rechtsmiddel aan te wenden bepalend is voor het toepasselijke rechtsregime en niet het einde van de termijn waarbinnen het rechtsmiddel kan worden aangewend. De rechtbank vindt voor deze opvatting steun in hetgeen is vermeld in de Memorie van Toelichting op artikel 118, eerste lid, Vw 2000: „Indien dus twee weken voor inwerkingtreding een besluit is bekendgemaakt waartegen volgens de oude wet bezwaar kon worden gemaakt, kan daartegen nog gedurende twee weken na inwerkingtreding bezwaar worden gemaakt.“ Artikel 80 Vw Pro 2000 is derhalve niet van toepassing.
Het verzet is daarom ongegrond.
1.4 De rechtbank zal gelet op het vorenstaande het beroepschrift doorzenden naar verweerder om als bezwaarschrift te worden afgedaan.
2. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart het verzet ongegrond.
Gewezen door mr. R. Depping en in het openbaar in tegenwoordigheid van mr. T.H.G. Schuringa als griffier uitgesproken op 28 januari 2002.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op: 30 januari 2002