ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0222
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling op taakstraf niet rechtsgeldig
Verzoekster, een Surinaamse, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 3.86 en 6.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000, vanwege een opgelegde taakstraf van 240 uur ter vervanging van een gevangenisstraf van zes maanden. De rechtbank oordeelt dat de taakstraf niet gelijkgesteld kan worden aan een vrijheidsontnemende straf zoals vereist in artikel 6.5 Vb 2000, waardoor de ongewenstverklaring niet deugt.
De rechtbank stelt vast dat de belangenafweging in het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat de weigering van de verblijfsvergunning uitsluitend op de ongewenstverklaring is gebaseerd, waardoor ook deze beslissing onvoldoende gemotiveerd is. Verzoekster heeft bovendien persoonlijke banden in Nederland, maar deze wegen niet zwaarder dan het belang van de openbare orde.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de ongewenstverklaring en de weigering van de verblijfsvergunning en beveelt een nieuw besluit.