ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0300
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens niet-tijdig horen vreemdeling zonder toekenning schadevergoeding
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een vreemdeling van Indiase afkomst tegen de oplegging van een maatregel van bewaring door de Staatssecretaris van Justitie. De vreemdeling werd niet tijdig voor de zitting aangevoerd, waardoor hij niet binnen de wettelijke termijn kon worden gehoord. Dit leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank overwoog dat de bewaring op zichzelf rechtmatig was, maar dat het niet tijdig horen een schending van artikel 94, tweede lid, tweede volzin van de Vreemdelingenwet 2000 betekende. Omdat de bewaring op de dag van de uitspraak werd opgeheven, was er geen grond voor schadevergoeding. Ook wees de rechtbank het verzoek om proceskosten af, aangezien het beroep niet gegrond werd verklaard op basis van de inhoudelijke gronden, maar enkel op ambtshalve overweging.
De rechtbank besloot het beroep gegrond te verklaren, de bewaring op te heffen, en de verzoeken om schadevergoeding en proceskosten te weigeren. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het betreft het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt opgeheven, verzoeken om schadevergoeding en proceskosten worden afgewezen.