ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0877
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens reëel risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Libië
Eiser, een Libische militair, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland na ontsnapping uit een militaire gevangenis in Libië. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name de ontsnapping uit de gevangenis. De rechtbank vond de verklaring over de ontsnapping niet aannemelijk, maar erkende dat Libiërs die langer dan zes maanden zonder medeweten van de autoriteiten in het buitenland verbleven bij terugkeer risico lopen op ondervraging en detentie.
De rechtbank achtte het op basis van de overgelegde stukken niet onaannemelijk dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro (verbod op foltering en onmenselijke behandeling). Dit oordeel werd mede ondersteund door het ontbreken van een ambtsbericht over de mensenrechtensituatie in Libië en het ontbreken van tegenbewijs door verweerder.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door mr. A.M. Koene op 7 maart 2002.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens reëel risico op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Libië.