ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0887
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige voortzetting bewaring vreemdeling
De vreemdeling, met de Ghanese nationaliteit, werd op 12 september 2001 in bewaring gesteld. Na een eerdere uitspraak op 9 november 2001 waarin het beroep tegen de bewaring ongegrond werd verklaard, had de Staatssecretaris van Justitie uiterlijk 7 december 2001 de rechtbank moeten informeren over het voortduren van de vrijheidsontneming, zoals voorgeschreven in artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Deze kennisgeving bleef echter uit, waardoor de voortzetting van de bewaring vanaf 8 december 2001 onrechtmatig werd. De vreemdeling diende op 23 december 2001 een beroepschrift in tegen deze overschrijding. De bewaring werd pas op 11 januari 2002 opgeheven. De rechtbank oordeelde dat de onrechtmatigheid van de bewaring niet pas met het indienen van het beroepschrift begon, maar vanaf het moment dat de kennisgeving had moeten plaatsvinden.
Gezien de ernst van de inbreuk kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.487,50, waarbij 75% van de schadevergoeding werd gematigd vanwege het bewust risico van de vreemdeling op bewaring. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot betaling van proceskosten van €705,45. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank kende een schadevergoeding van €1.487,50 toe wegens onrechtmatige voortzetting van de bewaring en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten.