ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0890
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging opvang na vertrektermijn asielzoekers
Eisers, een gezin van staatlozen afkomstig uit Syrië, voerden een tweede asielprocedure die eindigde met een uitspraak op 3 april 2001 waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard. Na het verstrijken van de vertrektermijn van 1 mei 2001 ontving het gezin een brief van de Staatssecretaris van Justitie waarin werd meegedeeld dat zij de opvangvoorziening van het COA moesten verlaten. Eisers stelden dat deze brief een besluit tot beëindiging van de opvang bevatte en maakten bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de uitspraak van de president van 3 april 2001 een beschikking in de zin van artikel 45 Vreemdelingenwet Pro 2000 is, waardoor de opvang na de vertrektermijn zonder nadere besluitvorming mocht worden beëindigd. De brief van 10 augustus 2001 werd gezien als een voorlichtende brief zonder besluitkarakter. Eisers hadden hun verzoeken om voortzetting van de opvang ingediend, maar het COA had daar nog niet op beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat er geen nieuw, voor beroep vatbaar besluit was genomen. Ook werd vastgesteld dat de medische omstandigheden van eiseres weliswaar relevant zijn voor een besluit over opvang, maar dat dit verzoek nog niet was behandeld. De rechtbank wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de brief van 10 augustus 2001 is niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brief geen besluit bevat en de opvang na de vertrektermijn zonder nadere besluitvorming mocht worden beëindigd.