ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0891
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van vervolging en represailles in Nigeria
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, vroeg asiel aan in Nederland met het argument dat zij slachtoffer is van vrouwenhandel en een voodoo-ritueel heeft ondergaan, waardoor zij vreest voor represailles bij terugkeer naar Nigeria. Zij stelde dat de Nigeriaanse autoriteiten geen bescherming bieden tegen deze bedreigingen. De rechtbank beoordeelde de aanvraag aan de hand van de Vreemdelingenwet 1965 en het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank stelde vast dat vrouwenhandel in Nigeria niet op zichzelf kan worden beschouwd als vervolging van een sociale groep zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Ook represailles wegens het onttrekken aan vrouwenhandel vallen niet onder de beschermde vervolgingsgronden. De verklaringen van eiseres over de voodoo-rituelen waren inconsistent en boden onvoldoende bewijs voor een causaal verband met haar gezondheid of een dreigend gevaar.
Verder concludeerde de rechtbank dat de Nigeriaanse overheid zich bewust is van het probleem van vrouwenhandel en maatregelen heeft genomen, waaronder wetgeving en voorlichtingscampagnes. De stukken van Terre des Hommes en het US State Department Report boden onvoldoende aanknopingspunten om het ambtsbericht van augustus 2001 te weerleggen.
De rechtbank oordeelde ook dat het beroep op het traumatabeleid niet gegrond was, omdat er geen bewijs was dat het voodoo-ritueel een traumatische gebeurtenis in de zin van de werkinstructie betrof. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op asiel en humanitaire verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.