ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1366
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring bewaring vreemdeling met Spaanse documenten
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, was sinds 18 oktober 2001 in bewaring gesteld. Zij voerde in het vervolgberoep aan dat zij bereid was mee te werken aan haar verwijdering naar Spanje of Nigeria en overhandigde Spaanse documenten als bewijs. Tevens stelde zij dat er geen zicht was op uitzetting vanwege het ontbreken van een laissez-passer van Nigeria en dat een lichter middel dan bewaring passend was, omdat zij een vaste verblijfplaats had en zelfstandig naar Spanje kon terugkeren.
De rechtbank oordeelde dat deze argumenten reeds tijdens de eerdere toetsing van de bewaring aan de orde hadden moeten komen en dat te late inbreng niet meegenomen kon worden in de huidige beoordeling. Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres niet beschikte over documenten om haar identiteit en nationaliteit aan te tonen en onvoldoende meewerkte aan de vaststelling daarvan. Wel was een aanvraag voor een laissez-passer in behandeling en werd de voortgang daarvan voldoende gemonitord.
Gezien het feit dat er voldoende zicht op uitzetting bestond en de belangen zorgvuldig waren afgewogen, was de voortduring van de bewaring niet onredelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de bewaring wordt ongegrond verklaard.