ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1370
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens niet-ondertekende maatregel en niet-tijdig horen van vreemdeling
Eiser werd op 20 februari 2002 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde opheffing van de bewaring en schadevergoeding. De rechtbank constateerde dat eiser niet tijdig kon worden gehoord omdat hij niet was aangevoerd ter zitting, wat in strijd is met artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Daarnaast bleek uit het dossier dat de maatregel van bewaring niet was ondertekend, waardoor niet kon worden vastgesteld of deze door een bevoegde autoriteit was opgelegd. Verweerder kon geen betere kopie overleggen en het verzoek daartoe werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was.
Verder werd vastgesteld dat eiser niet de mogelijkheid had gehad om zich te laten bijstaan door zijn advocaat tijdens het gehoor, wat een schending van het recht op rechtsbijstand inhoudt. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van in totaal EUR 615,- voor de periode dat hij ten onrechte aan de maatregel was onderworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op per 28 februari 2002 en veroordeelde de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzitter F. Salomon op 28 februari 2002.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid en eiser ontvangt een schadevergoeding van EUR 615,-.